Biografie    
  Henk van der Waal is in 1960 geboren in Hilversum en woont sinds 1979 in Amsterdam.

Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Sorbonne. In 1995 debuteerde hij als dichter met de bundel De windsels van de sfinx, die werd onderscheiden met de C. Buddingh’-prijs. Zijn tweede bundel, Schuldsanering, verscheen in 2000 en werd genomineerd voor de Paul Snoek-poëzieprijs. Voor zijn bundel De aantochtster (2003) werd hij genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs 2004. In 2007 publiceerde hij Vreemdgang en in 2010 volgde Zelf worden. Die bundel werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs en bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2012.

Filosofie en dichtkunst zijn voor Henk van der Waal geen gescheiden werelden. Na zijn studie, die hij cum laude afsloot met een scriptie over Heidegger, bleef hij zich dan ook intensief bezighouden met vooral de moderne Franse filosofie. Dat leidde onder andere tot een vertaling van Liefdesgeschiedenissen (1991) van de filosofe Julia Kristeva en tot enkele essays over de dichter Paul Celan (1991) en de filosoof en literatuurcriticus Maurice Blanchot (1997).

Dichtkunst en filosofie kwamen expliciet samen in het boek De kunst van het dichten, dat hij in 2009 samen met Erik Lindner samenstelde. Daarin publiceerde hij het essay ‘Het dansende denken’, dat voor hem als aanleiding geldt voor het filosofische boek dat hij in mei 2012 het licht liet zien: Denken op de plaats rust.