Dichtbundels      
   

Beducht de machteloosheid
absorberen die als motregen
door je heen valt om telkens en
voortdurend en volledig zonder
ophef het je eigene aan te tikken

ernaar kijken en uit ongeloof
jezelf de mond snoeren
zodat het onnoemlijke

dat teer is als zijde en transparant is
als lucht en eigenlijk geen streving kent
buiten zichzelf

ongestoord in zich om kan gaan
als het overweldigend samenhangende
dat sommigen één hebben genoemd
maar dat wel de versnippering van
je dagen teweegbrengt
en boekstaaft met het knisperen
van de verschijnselen

met het stille breken van tijd

je diagonaal in deze diepte keren
en wakker blijven

de angst zijn arbitraire werk laten doen

hem aankijken als een vriend

 

 

 
 





bestellen

  van de tijd

starend naar je gebarsten lippen,
de onstuimige groei van je bakkebaarden en
de verschraalde blos op je wangen krijg je
het niet voor elkaar die broze feitelijkheid
in je wederkerigheid in te passen: en
dat je nu juist gehuisvest bent in die
onmacht, in die gaping die is de wiekslag

van de tijd

die is een bloem die in jou openbreekt om
het wijkende in je te bemeten en het
speelveld in je uit te lijnen van de droom
waarin jij je zucht voor zucht uitzucht
terwijl met hele zachte hand het vervolg al
aan je wordt voltrokken: stel dat je je om
kon draaien om die hand de hand te reiken

 
       
 

 

Via henkvanderwaal@upcmail.nl kunt u voor € 10,- een gesigneerd exemplaar bestellen

 

zou dat restende, dat overblijvende, dat laatstelijk
bodembepalende en afgrond bedwingende, ook wel vreugde
uitspannende en bedeesd aanwezigheidwekkende zou dat de
laving zijn, de inkennigheid, de dankende opheffing, de
bepoedeling bij nacht, de verstilde
expressie van rijpend vruchtvlees en knarsend graan
het zo intiem tastende dat het stroperige
welbehagen in je vochtig wordt dat ligt weggemoffeld
achter de baldakijnen van je erfelijkheid

die strengen van goedgelovigheid die zich niettemin
in de loop der tijd vol hebben gezogen met
wantrouwen en kortzichtigheid
echter zonder het onstilbaar verlangen
naar de opdringerigheid van de anders geslachten
uit te bannen, waardoor je ondanks je eenzaamheid
vast blijft geketend aan het wereldomvattend
stelsel van machtswellustigheid

en je een jij

je dus onttrekken, je dus mangelen, je dus uitwonderen

 
       
 

 

Via henkvanderwaal@upcmail.nl kunt u voor € 10,- een gesigneerd exemplaar bestellen.

 

tot je een losweeksel bent en de wig die je drijft de eentonige melodie zingt van
je overlevering aan het mengsel waaruit je bent opgekropen en waarin je bent
weggesmolten

wat lot heet, wat is zoals het gegaan is en wat je ontdekt als je vingers zich brutaal
neervlijen aan de rand van je dood om op te graven wie je
bent geweest en je te bedwelmen met herinneringen die je weghouden van je einde

want de mens is een trager van tijd, een eureka-bruller als hij het middelpunt treft
dat hij zelf gelaten heeft, maar ook een verzenger aan de hersenmachinerie die hem
tot eenzaamheid leidt, dat winderige platform van machteloosheid

waarop zij wiekend landt als ze je van de modus van het hier los komt maken

om je hangende te laten in haar respijt, waar het een wachten is op de verdwazing
die zij neerstort over je vlucht, op het anker dat ze uitwerpt in je oog, op haar
verkering in je denken –

als ware zij kopje aan het rollen in de hand van de tijd
als ware zij een lichtjaar dat je bij schijnt
als ware zij de toekomst die jou uitsluit

als ware zij de bewoonster van jouw rest

 
       
   

Door zelfbalseming
met deze woorden liturgisch
geboekstaafd zijn, om niet, om alles,
om de futiele ondoorgrondelijkheid van
een lichte exaltatie die met je samenspant
als je mij ondanks mijn metafysische
verloedering niet uit de geurkring
van je lichaam bant en je mij
zelfs schaamteloos tegen
je op doet staren,

hoe langzaam ik
ook weg ben van de feiten,
van het gejaagde bloed, van
de opgekropte geilheid en hoezeer
ik ook geheven sta in het lichaam van
de dode die ik nooit zal zijn _ en dat
mij dat juist wachten is, het dat er
niets meer komt of gaat omdat
ik zo onomwonden door jou
meester ben gemaakt dat

de anderen vergeten zijn en mij bij mijn naam vergeten noemen.

 
       
 


 

Of zoals
wanneer het buiten
regent en je je uitstrekt en
lang maakt en langzaam doortastbaar
laat zodat het water ook van binnen kan
gaan stromen als voorproefje van al het
oeverloze dat komen gaat

simpelweg omdat de stilte,
waar het gonzen van de dingen uit is weggelekt, nu
al aanspraak op je maakt en een vermoeden in je wakker
roept van hoe het zijn zal als je buiten adem over de rand
van de toekomst gekropen bent om je in de gedaante der
mensen aan het menselijke te onttrekken en te wachten
op de streling van de hand die alles weet.