ssst,
het kan niet meer zo luid, maar is hopelijk wel verneembaar in je paleis
van lucht: wil je, als het je schikt, als het je siddert tussen je schouderbladen,
als je onze verbrokkelde nagels langs je rug voelt krabben, als je het gevoel
hebt dat je je ogen moet opslaan ook al zie je dan van deze schroothoop
en als je denkt sterk genoeg te zijn om heen te stappen over onze achterbakse
schreeuwerigheid, wil je dan, al was het maar vanwege de nadering die al
schrijvende tussen ons is ontstaan, een keertje volhouden en niet wegkijken,
je niet verstoppen achter je afwezigheid, maar in plaats daarvan je klaar
maken, je landingsgestel uitdoen, je onmacht met ons delen en komen
|
naar
de begeertigen aan wie je al die tijd ongestraft je goedgunstigheid
onthouden
hebt: oké, je verborg je in het stroeve voorbij knarsen van de liefde,
en oké, wij zagen je bedeesde vrouwelijkheid niet en sloegen de
gift af van je eerbaarheid, maar zie ons lot, zie hoe wij ons te voegen
hebben
in wat voor ons besloten is en hou op met je getreiter: kom tevoorschijn
uit de ijlte waarin je geweken ligt en daal af uit dat tere transparante
weefsel dat dunner is dan Chinese zijde, onzichtbaarder dan licht, maar
waarin wij je gestalte vermoeden omdat het zo potsierlijk zinloos probeert
te zijn, hemel van vergeefsheid, kriebeling buiten ons geweten, ritseling
langs niets
|