Nieuws  
 


Interview in de Poëziekrant

Het opene bewerkstelligen
door Koen Vergeer

Lees verder

Mystiek hedonisme. Over

De jacht op het sublieme van Piet Gerbrandy

Lees verder

Taalyoga in de poëziekrant

Koen Vergeer over
In de ogen van de god


Lees de recensie

Honderd jaar geleden barstte de geweldsmachinerie los...

Loopgraaf

Hiernaast het gedicht dat ik erover schreef

Piet Gerbrandy in De Groene

De weelde van wijdte
Over In de ogen van de god

Lees verder

Van 5 t/m 11 juli 2014

Denken over tijd

Zomer Academie Arthel
Inschrijven kan nog

Een latente meertaligheid

Opgenomen in de serie:
De lier die licht steekt in je tijd
Ook als beeldschermgedicht
17 april 2014, 20.00 uur
De presentatie van

In de ogen van de god

Lees verder

30 januari 2014
Verschenen in De Gids:

Dronken, drachtig

Lees en luister verder

16 December 2013, 16.30 uur

Kunst: Het stemmen van het onbestemde

Lezing in Academie Minerva

3 November 2013, 15.00 uur

De ziel, het zijn & het niets
Filosofische overweging in het dominicanenklooster in Huissen
Lees verder
27 oktober 2013, 10.30 uur

De Woudkapel
Bezinningsbijeenkomst over: Denken op de plaats rust
Lees verder
16 oktober 2013, 20.00 uur

Onbederf'lijk Vers

Voordrachten in boekhandel Roelants, Nijmegen, 20.00 uur
Lees verder

O haat, doornige haat
Over de poëzie van Armando

lezing, gehouden op 22 september in De nieuwe liefde
Naar de tekst

14 juli en 18 augustus
Zomeracademie Arthel:
-Denken op de plaats rust
-Het 'nieuwe' denken

Nog enkele plaatsen vrij!
Boek nu!

Zondag 14 april 2013
15.00 uur

High tea filosofie

Lees verder...

Pinksteren en zomer 2013

Zomeracademie Arthel
Cursus in Frankrijk:
Denken op de plaats rust
Lees verder...

Vrijdag 15 februari 2013

Denken op de plaats rust
op de longlist van de
Socrates Wisselbeker 2013

vrijdag 5 en zaterdag 6 april

Het nieuwe denken
vanuit Arendt en Bloch
Joke Hermsen / Henk vd Waal
Lees verder...

Woensdag 13 februari 2013

Lezing in Purmerend
Boekhandel Het Leesteken
Aanvang: 19.30 uur
Lees verder...

Filosofie Magazine november 2012

Sommige besprekingen vragen om een reactie...
Lees verder...

Nrc 12 oktober 2012

Picasso en het ik
Marjoleine de Vos, Picasso en Denken op de plaats rust
Lees verder...


Pinksteren en zomer 2013

Zomeracademie Arthel
Cursus in Frankrijk:
Denken op de plaats rust
Lees verder...

Winter 2013

Winteracademie Mht9
Cursus in Amsterdam:
Denken op de plaats rust
Lees verder...

Woensdag 31 oktober 2012

Lezing in filosofisch café Leeuwarden
Aanvang: 20.00 uur
Tresoar, Boterhoek 1
Woensdag 10 oktober 2012

'Stilistische meesterzet'
Peter Henk Steenhuis over Denken op de plaats rust.
Lees verder...

Zondag 14 oktober 2012
13.00 - 14.00 uur


Samen met Joke Hermsen te gast bij Stadsradio Breda
Lees verder...

Dinsdag 16 oktober 2012

Lezing in Filosofisch Café Groningen
Lees verder...

Nrc 14 september 2012

'Krankzinnig enthousiast'
Marjoleine de Vos over Denken op de plaats rust.
Lees verder...

De Groene 30 augustus 2012

'Een grootse prestatie!'

Robert Anker over Denken op de plaats rust.
Lees verder...

Nrc 3 augustus 2012

'Een revolutionair betoog.'
Ger Groot over Denken op de plaats rust
Lees verder...


Het Friesch Dagblad 14-07-2012

Bezin je op je eigen bestaan

Een interview met Tjerk de Reus
Lees verder...

Vrijdag 1 juni 2012

Presentatie van Denken op de plaats rust
www.spui25.nl
Lees verder...

Vrijdag 16-03-2012

Zelf worden van Henk van der Waal krijgt Ida Gerhardt poëzieprijs 2012.
Lees verder...

Donderdag 7 juni 2012

Te gast in Oba-life

luister hier

Dinsdag 19 juni 2012

Lezing:
Mystiek voor postreligieuzen
www.SPUI25.nl
 

Roersel

Als je er je vinger op legt
is het niet
of je dat nu
zacht of plots
ruw of traag

niettemin

de pijn
aan je oorsprong
laat je zijn wie je bent
is de lier
die licht steekt in je tijd

dus als je keert en spreekt
en wijst en grijpt
verdwijnt het als ooit
liefde in de dood

maar vergis je niet

juist in dat wijken
ontrolt zich het
wekken van je wezen

 

 

Henk van der Waal

is dichter en filosoof en geeft met enige regelmaat lezingen en voordrachten. Zijn bundels werden meermaals bekroond en voor verschillende prijzen genomineerd. In juni 2012 publiceerde hij een filosofisch werk: Denken op de plaats rust. Ontwerp van een filosofische levenshouding. In April 2014 verscheen zijn nieuwste dichtbundel, In de ogen van de god.

  Denken op de plaats rust
Een vraag- en antwoordspel ter inleiding




Voor wie is dit boek bedoeld?

Voor iedereen die ook maar een beetje begaan is met zichzelf en met de tijd waarin hij leeft. Dat kunnen mensen zijn die zich simpelweg willen bezinnen, maar ook mensen die vanuit een intellectuele

achtergrond de confrontatie aandurven met een ietwat dwarse visie op onze cultuur. Mijn boek is behoorlijk onderlegd, maar is absoluut geen puur theoretische exercitie. Daarom is het voor iedereen die zijn bestaan enige diepte wil geven, spannend om te lezen. Ook al omdat dit boek niet in algemeenheden praat, maar de lezer zelf in het vizier heeft.

De rust uit de titel, waar bestaat die in?
Om het heel kort te zeggen: uit geluk. In het boek noem ik het ook wel vreugde, omdat het woord vreugde de spanning tussen blijdschap en angst in zich draagt. Dat geeft al aan dat de rust uit de titel iets meer is dan even lekker achterover leunen. Niets mis mee natuurlijk, maar de rust waar ik op doel is een gemoedstoestand die over je komt als je in verbinding staat met de oudste structuren die in je werkzaam zijn: de geschiedenis, de herinnering, de poëzie van de taal, de liefde.  Die verbinding kan bij uitstek tot stand worden gebracht door het eerste woord uit de titel: denken.

Je zegt dat de filosofie vaak voorbijgaat aan wat ze eigenlijk is of moet doen. Wat is filosofie dan, als je het voor ‘gewone lezers’ in een paar zinnen wilt uitleggen?
De filosofie heeft een ingewikkelde geschiedenis achter de rug en is daardoor een veelkoppig monster geworden dat ver verwijderd is geraakt van de inspiratie waar ze uit voort is gekomen. Aanvankelijk was filosofie dé manier om over het leven na te denken. Filosoferen betekende je eigen leven ter discussie stellen en eventueel opnieuw richting geven. Het was de kunst van de zelfreflectie. Helaas ligt die tijd ver achter ons en is de filosofie de meest eigenwijze discipline geworden die je je kunt voorstellen. Ze denkt zich met elk wetenschapsgebied en met ieder maatschappelijk vraagstuk te kunnen bemoeien en daar ook het laatste woord over te hebben. Daarbij is ze ook nog eens gaan proberen om haar bestaan via de wetenschap te legitimeren. Dat heeft ertoe geleid dat ze zich voor het grootste deel heeft teruggetrokken achter de dikke muren van de universiteiten. Ik hekel niet zozeer de vakfilosofie, want het is belangrijk dat jonge mensen degelijk worden gevormd, maar wel het feit dat de filosofie zich in haar eigen bastion en eigen hersenspinsels heeft opgesloten. Het is hard nodig dat de filosofie zich weer zonder dedain toelegt op de kunst van de zelfreflectie. Mijn boek zet een paar stappen op die weg.

Je schrijft in je boek ook over religie. Steeds minder mensen zijn gelovig maar steeds meer mensen zoeken ‘zingeving’. Is die te vinden in de filosofie?
Dat is precies de kwestie waar het om draait. De religie heeft zo om zich heen kunnen grijpen met al haar wonderlijke dogma’s omdat de filosofie in de derde eeuw van onze jaartelling de strijd van de religie heeft verloren en in een ondergeschikte positie terecht is gekomen. Vandaag de dag zijn de kaarten heel anders geschud, maar als het om zingeving gaat, geeft de filosofie nog steeds niet thuis. Ze heeft die tak van sport uitbesteed aan meditatiecentra en mindfulness-trainers om er zelf haar handen niet aan te hoeven branden. Dat is heel jammer, want de filosofie heeft op dit terrein veel te bieden. Om die rol te kunnen vervullen moet de filosofie zich echter wel anders opstellen en niet doen alsof ze een set waarheden voorhanden heeft waar mensen vrijelijk uit kunnen kiezen. De kern van de filosofie is niet na-denken, dat wil zeggen nog een keer denken wat een ander al heeft bedacht, maar denken: filosoferen. En dat filosoferen begint altijd bij jezelf om van daaruit dieper te graven. Wie gaat filosoferen zal dan ook merken dat hem dat breder maakt en zal gaan voelen dat hij gebed is in een groter verband. Meer zin kun je niet krijgen.

Is filosofie moeilijk?
Het is én het makkelijkste wat er is, én het moeilijkste. In zijn meest basale vorm zou je filosofie of de activiteit van het filosoferen kunnen omschrijven als niet weglopen voor jezelf. Wat is er dichterbij dan jezelf? En elke keer dat je wegloopt voor jezelf, neem je jezelf ook nog eens mee. Vrij makkelijk dus om er niet voor weg te lopen, onmogelijk zelfs. Toch doen we dat vrijwel voortdurend. We hebben zoveel angst in ons opgeslagen, hebben zo enorm de neiging om te pleasen en om te doen wat anderen van ons verwachten, dat het heel moeilijk is om ons daar voor een moment los van te maken en om eens echt bij onszelf stil te blijven staan. Filosoferen is in essentie niets anders dan dat doen: bij jezelf stil blijven staan. Heel makkelijk en heel moeilijk tegelijkertijd.

Dit nieuwe filosoferen probeer je te funderen. Hoe doe je dat?
Om de filosofie veel dieper in onze cultuur te verankeren, toch eigenlijk het oogmerk van dit boek, moest ik een belangrijke theoretische kwestie oplossen. Dat was eigenlijk mijn intellectuele uitdaging. In het boek is het precieze karakter van die uitdaging impliciet gebleven. Maar voor de iets meer ingevoerde lezer is het wel interessant en verhelderend om weet te hebben van deze achtergrond.
Vanaf Nietzsche kent de filosofie via Heidegger en Franse denkers als Bataille, Blanchot, Kristeva en Derrida een grote fascinatie voor het zijn of het andere of het sacrale of het buiten of het semiotische of de différance. Iedereen heeft voor dat andere zo zijn eigen begrip verzonnen en met dat begrip probeert elke denker dat andere of transcendentale weer op een andere manier te duiden. Al deze begrippen werken als een soort eindtermen waarachter eigenlijk niet verder teruggevraagd kan worden. Precies daardoor krijgen ze een theologisch karakter. Bij Heidegger is dat het hinderlijkst en bij Bataille het duidelijkst, maar ook alle anderen ontkomen er niet aan, inclusief Levinas met zijn Ander met een hoofdletter.
Iedereen die geen genoegen neemt met een wetenschappelijk deterministische visie op de mens, denkt bijna als vanzelf naar zo’n transcendentale eindterm toe. Daar is op zich niets mis mee. Maar tegelijkertijd zit die wetenschappelijke blik zo diep in ons verankerd, dat we niet meer op de plekken waar ons begrip het af laat weten zomaar een mooi woord kunnen introduceren. Zo’n eindterm moet, als die opduikt, in mijn visie daarom een geschiedenis hebben alsmede een min of meer materiële basis. Dat leidt tot de volgende vraag: hoe kun je binnen de natuurlijke werkelijkheid waarin we leven een transcendentale dimensie denken waarin de menselijkheid van de mens gegrondvest is, zonder een beroep te doen op vage esoterische machten en energieën of op eindeloos evolutionair biologisch geredeneer?
Dat kan alleen door aan te sluiten op een vrij basale dagelijkse ervaring, namelijk dat we ingebed zijn in een groter, maar nauwelijks te definiëren geheel. Hoewel dit onze basale dagelijkse ervaring is, verwoorden wij deze ervaring vrijwel nooit op deze wijze. Omdat wij geleerd hebben en gedwongen zijn vanuit onze geïsoleerde subjectpositie te praten en te redeneren, onttrekt die grotere structuur zich vrijwel onmiddellijk aan het oog op het moment dat we beginnen te praten. In plaats van onszelf als een uitvloeisel van een brede structuur of openheid te zien, vinden wij meestentijds dat wij aan de oorsprong staan van die openheid. Om zicht te krijgen op die bredere structuur die ons bepaalt, is het echter nodig dit perspectief te wijzigen. Dat is één.
Maar dat ene roept wel gelijk een vraag op. Namelijk: hoe is die structuur of openheid tot stand gekomen en waar wordt die door gedragen? Mijn these in deze is dat de mens om zijn mens-zijn tot stand te brengen zich door middel van dans en rituelen is gaan verenigen en tot gemeenschap om is gaan vormen. Vervolgens is hij zichzelf vanuit die gemeenschap gaan begrijpen, en dus niet meer vanuit het individuele biologische organisme dat hij ook was. In een later stadium is hij die gemeenschap of dat gemeenschappelijke gaan internaliseren, net zolang tot hij verder kon als individu, als ik-zegger. Het individu is zo degene die het gemeenschappelijk in zich gevestigd heeft. En mens is degene die vanuit zijn ik-positie een brug slaat naar dat gemeenschappelijke. Dat is twee.
Maar dat tweede roept wel gelijk een vraag op. Namelijk: waarin handhaaft zich dat gemeenschappelijke, dat zich al een beetje manifesteert als de transcendentale eindterm waar ik het eerder over had. Dat gebeurt in eerste instantie in de rituelen die de eerste vergemeenschappelijking tot stand brengen en die bij een hernieuwde opvoering van die rituelen datzelfde gemeenschappelijke van zich uit voort lijken te brengen. Het ritueel kan zo iets vasthouden wat de directe materialiteit en biologie te boven gaat. Als deze rituele structuur zich vervolgens van lichaamstaal ontwikkelt tot gesproken en geschreven taal, is het de taal die dit gemeenschappelijk vasthoudt en vormgeeft en voortbrengt. Via de taal zijn wij zo gebed in het gemeenschappelijke. Dat is drie.
Maar dat derde roept wel gelijk een vraag op. Namelijk hoe kunnen we dat gemeenschappelijke definiëren en op de staart trappen. Precies dat is heel moeilijk. Ten eerste omdat dit gemeenschappelijke groter is dan de concrete gemeenschap. Steeds nieuw mensen kunnen immers deelnemen aan het gemeenschappelijke. Die mensen hebben wel een notie van het gemeenschappelijke, maar omdat dit zich vooral ook tussen de woorden nestelt en zich zo als het opene voordoet, onttrekt het zich aan een concrete omschrijving. Bovendien is dit gemeenschappelijke naar de randen toe niet helder af te bakenen. Waar het begint en ophoudt is onduidelijk. Om deze redenen doet dit gemeenschappelijke of opene zich aan ons moderne en ietwat afgezonderde individuen voor als onbestemd. Het onbestemde is dan ook de eindterm die ik heb geplakt op het transcendentale bereik waar onze menselijkheid in is gebed en waar we ons als mensen toe te verhouden hebben. Filosoferen is een wijze van in verbinding treden met dit onbestemde zonder dit onbestemde zijn onbestemde karakter te ontnemen.

Als je filosoferen omschrijft zoals je net doet, worden we dan niet allemaal navelstaarders? En is er dan nog wel enige bekommernis met de ander?
De internalisering van het gemeenschappelijke leidt ertoe dat degene die aanvankelijk opgaat in de gemeenschap zich kan manifesteren als afgezonderd individu, als een ik. Die individuatie heeft nogal wat gevolgen. De belangrijkste is dat we daardoor in drie verschillende verhoudingen worden geplaatst. Elk van die verhoudingen leidt tot een apart bereik dat de ervaring binnen dat bereik op een bepaalde wijze toonzet. Een van die ervaringsbereiken is het bereik waarin het ene individu zich tot het andere verhoudt. Een ik komt tegenover een ander ik te staan dat zich van hem uit als jij manifesteert. Die twee ikken spreken elkaar aan en kunnen als ze serieus genomen willen worden vervolgens niet meer onder die aanspraak van elkaar uit. Die aanspraak zegt zoveel als: ‘jij bent toch net als ik gebed in het gemeenschappelijke en op grond van die inbedding mag ik er toch op rekenen dat jij je zus of zo gedraagt?’ Dit aanspreken van de ander roept hem dus op om op grond van zijn menselijkheid te handelen. Precies de oproep om op die manier te handelen trekt de mens weg uit zijn neiging om in zichzelf en daarmee in het onbestemde te verzinken. Hierbij moet wel aangetekend worden dat deze sfeer van het handelen of dit ervaringsbereik van de aanspraak bestaat naast het ervaringsbereik van het onbestemde waarin de mens zich betrekt op zichzelf en niet zozeer tegenover de ander staat, als wel met hem samen kan zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees verder...

__________________________________________________________________________________________________